donderdag 17 september 2026

Plombieres, un monde intact.

Plombieres (Bleyberg), voormalig mijnbouwgebied tot ongeveer een eeuw geleden, het ging hier vooral om lood, vandaar ook de franse en de voormalige duitse naam. Tegenwoordig is het een natuurgebied van de buitenklasse, met naast een uitbundige voorjaarsflora ook veel bijzondere landschappelijke en historische elementen wat het ook voor de gewone wandelaar heel aantrekkelijk maakt, het is er gelukkig ook nog niet overdruk.
Zinkviooltjes (Viola lutea subsp. calaminaria) en Grote Parelmoervlinder (Speyeria aglaja) op de grote zinkweide. Deze zinkweide is onstaan doordat hier in het verleden mijnafval is gedumpt, de grond hier bevat dus hoge concentraties zware metalen zoals Lood, wat het voor de meeste planten moeilijk maakt om hier te kunnen groeien. Een uitzondering vormen dus de zogenaamde zinkplanten die zich eraan aangepast hebben, dat is al gebeurd tijdens de ijstijd, toen de gewone variëteiten van deze soorten in het koude bosloze landschap overal groeiden. De rupsen van de Parelmoervlinder leven van de viooltjes, wat hem dus tot een zeer zeldzame specialist maakt. De bijzondere zinkflora kom je dus alleen op een handvol plaatsen tegen, op voormalig mijnbouwafval en plekken waar de zware metalen houdende grond aan de oppervakte komt.
Zink Engels Gras (Armeria maritima subsp. halleri) Is hier uitgebreid aanwezig i.t.t. de Altenberg bij Kelmis. Het is hier veel droger doordat het mijnafval hier grofkorrelig tot brokkig is, bij Kelmis is het fijn leemachtig tot vettig wat veel minder waterdoorlatend is. Bij Kelmis zijn uitgebreide lagen hydrothermale afzettingen gemijnd, terwijl hier meer ertsdragend gesteente gemijnd is.
Vleugeltjesbloem (Polygala vulgaris) Geen zinkplant, maar een plantje van zeer schraal grasland met open plekken. Hier vindt je alleen blauwviolette exemplaren i.t.t. de Altenberg waar je ook roze, lichtblauwe en witte exemplaren ziet.
Het zeer zeldzame Dermatocarpon miniatum Levermos op kalksteen met ook fossiele afdrukjes van poliepen vlakbij een mini grotje.
De Wilde Narcissenhelling (Narcissus pseudonarcissus subsp. pseudonarcissus).
Deze spiraal op de grote zinkweide is en wordt gemaakt door voorbijgangers die er iedere keer een paar stenen aan toevoegen.
De grot waar de geul door geleid is. De grot was een natuurlijk zwakkere plek in het gesteente (Schalie) welke verder uitgehold is om de omgeleide Geul doorheen te leiden. Dat is gebeurd om de mijnen ter plekke te behoeden voor insijpelend water en tevens gebruik te kunnen maken van het Geulwater als waswater om het erts te spoelen.
Oorspronkelijke nu afgesneden loop van de Geul met horsten van de Pluimzegge (Carex paniculata subsp. paniculata). Die horsten vormen vaak een biotoop op zichzelf voor dieren en andere planten,mossen e.d. Het water is een favoriete visplek van de plaatselijke bevolking.
Hoge spoorbrug bij Moresnet. Nog in gebruik.
Vervallen spoorbrug voor de voormalige erts af- en later aanvoer. Op de voorgrond Gele en Witte Bosanemonen.
Voormalig landhuis in Kasteelstijl van de eigenaar van de steengroeves in het gebied.
Gerestaureerde woning uit de tijd van de mijn. Het hele gebied is gedeeltelijk ingericht als natuurgebied, maar er is ook aan de lokale bevolking gedacht in de vorm van een kinderspeelplaats, speelweides en een aantal overdekte picknicktafels met een keuken en barbecue eenheid. Op de voorgrond Zinkviooltjes.
WO1 Bunker pal langs de Geul voor observatie door de duitsers aangelegd.
Zijbeekdalletje van de Geul vlakbij de Hoge Spoorbrug. Met o.a. Bosanemoon en Paarbladig Goudveil (Plek van enkele vierkante meters).
En zo verslindt een boom een steen. Verder Wilde Narcis en Eikvaren (Polypodium vulgare).
Wat van de allervroegste voorjaarsflora. Bosgeelster (Gagea lutea), Vogeltje op de kruk (Corydalis solida) en Bosanemoon (Anemone nemorosa).

Fiets.

Een van de voordelen van met de fiets de natuur intrekkken, dus laat de auto en de hond thuis en je komt op veel meer plaatsen.

woensdag 16 september 2026

Amandelwolfsmelk.

Amandelwolfsmelk (Euphorbia amygdaloides) Amandelmelk smaakt al niet :), maar deze is echt giftig. Aan een opmars bezig in midden-europa, maar niet zo in Nederland. Het enige stukje midden-europa dat we hebben is Zuid-Limburg maar ook daar is ze beperkt tot de Schöne Grub in het Savelsbos. In dit oude stukje bos vlakbij de Vuursteenmijn wordt ze met succes (zo'n 75 stuks) gekoesterd. Met blauw geverfde stokjes en rode spraypaint gemerkt om te voorkomen dat ze bij het maaien omgedaan worden. Er wordt wel gezegd dat dit meer met tuinieren dan natuurbeheer te maken heeft. Maar willen we in ons overbevolkte en door stikstof geteisterde land, deze soorten behouden, dan zal het wel zo moeten. Met alle respect en dank aan degenen (vaak vrijwilligers) die dit willen doen. Wordt ook heel veel als tuinplant gekweekt met rood blad of juist heel groen blad. In heel het land duiken dan ook wel verwilderde exemplaren op, maar die hebben dan ook helemaal niets met natuur(lijk) te maken :).